“Wat is echt?” vroeg het konijntje op een dag, toen ze naast elkaar lagen, vlakbij de haard in de kinderkamer, voordat Nana zou komen opruimen. “Betekent het dat je vanbinnen iets hebt dat zoemt?”“Echt is niet hoe je gemaakt bent,” zei het leren paard. “Het is iets dat met je gebeurt, als een kind lang, heel lang van je houdt, dan word je echt.”

“Doet dat pijn?” vroeg het konijntje. “Soms wel,” zei het leren paard, want hij sprak altijd de waarheid. “Als je echt bent, dan geef je er niets om dat het ook weleens pijn doet.”

“Gebeurt het allemaal ineens, net als opgewonden worden?”, vroeg hij, “of stukje bij beetje?”

“Het gebeurt niet allemaal ineens,” zei het leren paard. “Je wordt het gewoon. Het duurt een hele tijd. Daarom gebeurt het niet vaak met dingen die gemakkelijk breken of scherpen randen hebben, of voorzichtig behandeld moeten worden. In het algemeen ben je tegen de tijd dat je echt wordt, meestal kaal geknuffeld, en je ogen zijn eruit gevallen en je poten bengelen erbij en je ziet er haveloos uit. Maar dat geeft allemaal niet, want als je eenmaal echt bent, ben je niet lelijk meer, behalve voor mensen die het niet begrijpen.”

Uit: The critical incident in growth groups, Theory and Technique‘, Cohen & Smith

 

Echt zijn. We zoeken er naar en worstelen er mee. Ik zeg met schroom dat ik het zou willen zijn. Echt. “Prove yourself brave, truthful and unselfish, and someday you become a real boy” kreeg Pinocchio te horen van de blauwe fee. “A real boy! That won’t be easy”.

Nee, makkelijk is het niet. Wat echt is veranderd voortdurend. Waarachtigheid is een dynamisch begrip. Elke situatie vraagt weer een uniek antwoord van ons. “Ding-dong”, hoor ik mezelf weleens aansporen, wil de echte Jeroen opstaan? Waarna de Jeroenen die op dat moment het meest gevoed worden zich haasten naar de poort van het waarneembare om te tonen wat op dat moment als adequaat wordt verondersteld (maar.., oh menselijk onbehagen, niet altijd adequaat is).

Echt is niet een plek in jezelf waarvan je met een tevreden zucht kan zeggen: “hier ben je, fijn dat ik weer bij je terug ben”.

Wat is het dan wel? Of misschien moet de vraag zijn: waar laat echtheid haar gezicht het vaakst zien?

Hier komt een antwoord op in de vorm van een spannend woord.

Liefde.

Het woord vangt in essentie waarom ik werk aan de groei van mensen en groepen. Toch is het woord liefde in de organisatiecontext een vreemde eend in de bijt. Trouwens, weet jij wat de betekenis van ‘bijt’ is? Gat in het ijs. Ik vind het een mooie verwijzing naar de schitterende songtekst van Leonard Cohen: “There is a crack in everything. That’s how the light gets in.”

Liefde als gat in het ijs of liefde als het breekbare waardoorheen het licht kan schijnen. Echt licht? Echte liefde? Ik weet het niet, maar nooit echter dan de voorstelling die ontstaat in een unieke situatie die vraagt om ons waarachtige antwoord. Een voorstelling die alle deelnemers uitnodigt om mee te doen, tevoorschijn te komen en bij te dragen. Het plezier, de energie en de creativiteit die dan loskomt. Ja, daar werk ik graag mee. Echt waar.