Toen ik 20 was begon ik met yoga. Niet zozeer om spirituele redenen, maar omdat ik me stijf en zenuwachtig voelde. Ik had een vermoeden dat ontspanning me goed zou doen. “Gaat het?” vroeg de yogadocent toen in een achteroverbuiging de tranen over mijn wangen stroomden. “Niks aan de hand, ik ben een beetje verkouden,” hoorde ik mijzelf zeggen. Maar vrijwel onmiddellijk voelde ik me opener dan ooit tevoren. Door de strekking was er kennelijk spanning ontsnapt die misschien wel jarenlang in mijn geconditioneerde systeem opgeslagen had gezeten.[1]De situatie maakte grote indruk op me. Het leek of ik mijn wapenrusting had uitgetrokken. Ik ervaarde een enorme opluchting. Zo licht en simpel aanwezig zijn, zonder de gebruikelijke geharnaste verdedigingsstructuur, die Reich[2] ‘het karakterpantser’ noemde. Zodra ik de yogaschool uitliep, ervoer ik een enorme vrijheid. Ik voelde verbondenheid met wie ik maar tegenkwam, gepaard gaand met een huppelig gevoel van vreugde. “Hebbes”, dacht ik. Het was mijn eerste ervaring met wat ik later ‘het ambacht van jezelf overstijgen’ zou gaan noemen.

 

Wie ben ik?

Ik denk dat ik een jaar of 25 was toen ik mezelf op een avond streng toesprak: “Wie ben je nou eigenlijk? Ben je een einzelgänger of ben je een allemansvriend?” Er is blijkbaar een deel in ons dat graag wil weten wie we zijn in eenduidigheid: een man of vrouw uit één stuk. Na dagen van alleen in mijn huis rondscharrelen, afgewisseld met eenzame zwerftochten door de duinen, ontstond plotseling een sterk verlangen naar mensen om me heen. Enkele jaren later leerde ik werken met de zelfconfrontatiemethode en ontdekte dat ~ volgens de leer van prof. dr. Hermans ~ een mens ten diepste gedreven wordt door twee grondmotieven: enerzijds door het diepe verlangen naar autonomie en anderzijds door het evenzo wezenlijke verlangen naar verbinding. Ik werd net als bij mijn yoga-avontuur overvallen door een enorme opluchting.

Hermans rekent af met het beeld van het individualistische, autonome en gecentraliseerde zelf, dat sinds de verlichting een centrale plaats in ons denken inneemt.[3] Hij spreekt van een gedecentraliseerd, ofwel dialogisch zelf, dat als een mini-samenleving bevolkt wordt door relatief autonome ik-posities, die tegelijkertijd tezamen weer een afspiegeling vormen van de samenleving als geheel. In dit dialogische zelf bevinden zich dus vele anderen met hun verschillende stemmen. Het is meerstemmig. En zo begon ik langzamerhand de vaak tegenstrijdige kanten in mezelf te ontdekken.

 

De mens als lapjesdeken

Dit idee van verschillende stemmen in ons is verre van nieuw. Plato beschrijft een meerstemmig zelf wanneer hij spreekt over ons denkproces: “I have a notion that, when the mind is thinking it is simply talking to it self, asking questions and answering them, and saying yes or no. When it reaches a decision – which may come slowly or in a sudden rush, when doubt is over and the two voices affirm the same thing, than we call that ‘it’s judgement.” [4]. Een paar eeuwen later beschreef de filosoof Montaigne de mens als een warboel van slordig aan elkaar genaaide lapjes: “We are all framed of flaps and patches, and of so shapeless and diverse a contexture, that every piece and every moment playeth his part. And there is as much difference found between us and ourselves, as there is between our selves and others.” [5] Ook bij Goethe vinden we het idee van meerstemmigheid, wanneer Faust verzucht: “Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust. Die eine will sich von der andern trennen. Die eine hält in derber Liebeslust, sich an die Welt mit klammernden Organen. Die andere hebt gewaltsam sich vom Dust zu den Gefilden hoher Ahnen.” [6]

 

Een ‘zelf’ voorbij onze huid

Een van de grondleggers van de moderne psychologie, William James, schrijft dat ons zelf niet ophoudt bij onze huid, maar zich ver daaroverheen uitstrekt in onze omgeving, in een glijdende schaal tussen ‘mij’ en ‘mijn’. Hij observeerde dat het empirisch ervaren gevoel van ‘zelf’ een compositie is van alles wat een persoon als ‘horend bij zichzelf’ beschouwt: “Not only his body and his psychic powers, but his clothes and his house, his wife and children, his ancestors and friends, his reputation and works, his land and horses, and yacht and bank account.” [7] Freud beschrijft een dergelijk proces van internalisatie van externe posities, dat al op heel jonge leeftijd begint: A portion of the external world has, at least partially, been abandoned as an object and instead, by identification, been taken into the ego and thus become an integral part of the internal world. This new psychical agency continues to carry on the functions which have hitherto ??? been performed by the people in the external world.” [8]

 

 Maskers worden onze identiteit

Met andere woorden, we hebben een stem uit de buitenwereld geïnternaliseerd en tot een deel van onszelf gemaakt. Sterker nog: alle delen van onze persoonlijkheid lijken op deze manier tot stand te komen. Allemaal copy past, niks geen ‘true self’ dus. Alle rollen, zelven of maskers zijn op de een of andere manier in wisselwerking met de buitenwereld tot stand gekomen. Met die rollen zijn we ons gaan identificeren, totdat ze aanvoelen als onze identiteit. We denken dat we die persoon echt zijn, maar beseffen niet dat het onze rol in de wereld is die we goed hebben leren spelen. Het is heel illustratief dat ‘persona’ ook het masker is waarmee een personage in de Griekse amphitheaters zijn rol vertolkte.

 

De dwaas

Je vraagt me hoe ik een dwaas werd?

Het gebeurde aldus:

Op zekere dag, lang voor vele Goden geboren waren,

ontwaakte ik uit een diepe slaap

En zag dat al mijn maskers gestolen waren

Zeven maskers, die ik in zeven levens

gevormd en gedragen had

Ik snelde ongemaskerd door de straten 

en riep: “Dieven! Dieven!! Die vervloekte dieven!!!”

Mannen en vrouwen lachten me uit

en sommigen liepen uit angst vlug naar hun huizen

Want een mens zonder maskers 

mag toch niet gezien worden?!

Toen ik op de markt kwam, riep een jongen,

die op het dak van een huis stond:

“Dit is een Dwaas!”

Ik keek naar hem op.

En de zon kuste voor de eerste maal

mijn naakt gelaat

En in mijn ziel ontbrandde de liefde voor de zon

En ik verlangde niet meer naar maskers

omdat ik aangeraakt werd

En als in een droom riep ik:

“Gezegend zijn de dieven

die mijn maskers stalen!” [9]

 

Ik en de Ander

Vanuit de objectrelatie-theorie zou je kunnen zeggen dat Ik en de Ander dus twee kanten van dezelfde medaille zijn. Vanaf ons eerste levensjaar ontstaat geleidelijk het afgescheiden zelf en tegelijkertijd ontstaat het besef van de Ander. Bij geboorte is er niet zoiets als een losstaand Ik. Het Ik is altijd gesitueerd ten opzichte van een Ander, in eerste instantie is dat de moeder. Toen ik net bevallen was van mijn oudste zoon vroegen vriendinnen mij: “En… voel je je moeder?!” Ik vond dat een heel confronterende vraag en schaamde mij een beetje, want ik voelde me eigenlijk alleen moeder op het moment dat mijn zoon huilde, honger had of anderszins mijn aandacht trok. Zo leerde ik dus langzaam in interactie met de ander (mijn zoon) om mijn (moeder)rol op me te nemen. En zo leerde mijn kind de rol van het kind.

 

De illusie van het Ik als eenheid

A.H. Almaas beschrijft het als volgt: “Het zijn deze rollen of identificaties die waarvan de persoon denkt dat ze de inhoud bepalen van wie hij is. Hoe meer harmonie er bestaat tussen deze rollen onderling en met de wereld, hoe normaler en gezonder het individu is. Als het proces van integratie er niet in slaagt om een dergelijke harmonie te creëren, dan resulteert dit in geestelijke stoornissen. De erkenning dat de continuïteit van de persoonlijkheid geen volkomen eenheid is, dat het individu eigenlijk geen samenhangende entiteit is, maar een relatieve harmonie tussen een veelheid van rollen, bestond lang geleden bij de oude en traditionele stromingen in de psychologie.” [10] Gurdjieff heeft het over de illusie van een ‘ik’ als eenheid: “Er bestaat niet een dergelijk ‘ik’, of liever gezegd, er bestaan honderden, duizenden ‘ik’-jes in ieder van ons. We zijn verdeeld binnen onszelf maar we kunnen de pluraliteit van ons zijn niet herkennen, behalve door heel precies waar te nemen en te studeren.” [11]

 

Ontmaskering maakt vrij

Of in de woorden van Jan van Delden [12]: “Hoe beter je je bewust bent van de verschillende kanten in jezelf, hoe minder je gedoemd bent om in hun grillen verstrikt te raken en in conflict te komen met de ‘maskers’ van andere mensen om je heen.” Jan noemt dit proces van het doorzien van je persoonlijkheid ‘ont-oorlogen’: “Als je jezelf als persoon serieus neemt, kun je daar behoorlijk in vast komen te zitten. Dat is wat heel veel mensen gebeurt, dat ze de rol die ze spelen (persona) vereenzelvigen met wie ze werkelijk zijn. Dat is met Wolter[13] ook gebeurd in zijn rol van professor. Hij noemde dat de professor die naar zijn werk gaat, de professor die de auto bestuurt en de professor die zijn kinderen opvoedt. Dat heeft hij allemaal moeten doorzien. Je kunt jezelf ontmaskeren en je kunt anderen ook wijzen op hùn maskers, maar alleen als ze daar om vragen. Dan ontmoet je elkaar in ontmaskerde staat, en die is veel vrijer. Als ik niks meer ben (pretendeer te zijn) en jij ook niet, ontstaat er ruimte voor Liefde.” [14]

 

Postmoderne vervreemding en eenzaamheid

Toch is het niet verrassend dat in de postmoderne samenleving, waarin onze wereld door globalisering in snel tempo complexer is geworden, het verlangen naar dat ene ware zelf weer terugkomt. Het is in toenemende mate een klus om al die (vaak tegengestelde) delen van onszelf te ervaren als één geheel. Hoe ontstaat er continuïteit in ons gevoel van zelf? Hoe zorgen we ervoor dat als we ‘s morgens opstaan we dezelfde zijn als degene die gister naar bed ging? We maken ons meer en meer zorgen over wie we echt zijn en hoe we overkomen op anderen. In mijn praktijk krijg ik te maken met een toenemend aantal klachten van mensen die een gevoel van vervreemding en eenzaamheid ervaren door het ontbreken van een coherent gevoel van zelf.[15]

 

Overbevolking van onze innerlijke ruimte

Hermans beschrijft in Dialoog en Misverstand[16] dat de toenemende complexiteit in de samenleving zorgt voor een toenemend aantal mogelijke ik-posities. Deze overbevolking van onze innerlijke ruimte leidt in meer of mindere mate tot een gevoel van ontreddering, waardoor de gebruikelijke ervaring van een eenduidig zelf gefragmenteerd gaat aanvoelen. Hermans beschrijft hoe de toegenomen bevolking van onze innerlijke ruimte een ontwrichtend effect kan hebben op ons gevoel van zelf: “In een wereld die zich kenmerkt door een voortgaande globalisering, die daardoor als het ware steeds meer tot een ‘global village’ wordt, waarin wij steeds meer en ook steeds nadrukkelijker geconfronteerd worden met andere culturen, andere zienswijzen en opvattingen, zowel in onze directe omgeving als vanuit de hele wereld via media en het internet, zullen we ons, om ons hiermee te ‘verstaan’ dialogisch tot die veelvuldigheid moeten proberen te verhouden. Vanwege de verwevenheid tussen het zelf en zijn omgeving, is een dergelijke dialogische relatie echter alleen dán effectief als wij deze dialoog ook in onszelf voldoende ruimte geven.”

Het gevoel van ontreddering en fragmentatie wordt mooi verwoord in het gedicht ‘The second coming’ van William Yeats:

Turning and turning in the widening gyre;
the falcon cannot hear the falconer;
things fall apart;
the center cannot hold;
mere anarchy is loosed upon the world…

 

Desintegratie tegengaan door dialoog

Het lijkt erop dat we alle flaps and patches van Montaigne niet meer goed op zijn plaats kunnen krijgen. De fragmentatie die dit in ons gevoel van zelf teweegbrengt doet het verlangen ontstaan naar een overzichtelijke leefwereld en naar een eenduidig antwoord op de vraag “wie ben ik?”.

Teneinde dit postmoderne gevoel van desintegratie te keren stelt Hermans ‘het dialogische zelf’ voor; de mogelijkheid om interne dialogische relaties aan te gaan tussen de verschillende ik-posities. Het kennen van de ‘eigen innerlijke samenleving’ is cruciaal bij het verwerven van zelfkennis.

In 2005 kwam ik Voice Dialogue[17] op het spoor. Door verschillende kanten in onszelf actief te belichamen, door ze op verschillende stoelen hun verhaal te laten vertellen, ook de minder bekende delen in onszelf, bevorder je de dialoog waar Hermans over spreekt actief in de praktijk. Bijvoorbeeld: ik heb een sterke kant in me, die direct en recht door zee is. Maar in bepaalde situaties zie ik mezelf ineens meer de kat uit de boom kijken. Twee kanten van mezelf, die ik allebei ken en die fysiek en mentaal volstrekt anders aanvoelen. Uitgangspunt van de methode is om het Aware Ego Process in gang te zetten. Door een steeds groter bewustzijn te ontwikkelen over verschillende polariteiten in onszelf, groeit de mate waarin we aanwezig kunnen blijven in allerlei situaties die spanning oproepen. Door niet automatisch in onze geconditioneerde afweerpatronen te schieten groeit gaandeweg ons gevoel van vrijheid en autonomie. En kunnen we door onze eigen, vaak tegenstrijdige, kanten in onszelf te aanvaarden en te benutten, deze ook in onze omgeving beter herkennen en verdragen en in het beste geval ook ‘benutten’.

 

Wisselwerking innerlijke en uiterlijke maatschappij

Samenleven en samenwerken in een complexer wordende maatschappij, met steeds meer culturele invloeden, is niet mogelijk zonder meerstemmigheid en dialogische uitwisseling. Met elkaar overleggen om tot afstemming te komen door elkaars standpunten te begrijpen. Zonder een vruchtbare uitwisseling van gezichtspunten zou er een totale chaos ontstaan. Hermans stelt in zijn boek Dialoog en Misverstand dat het beter leren kennen van onze innerlijke ‘maatschappij van het zelf’ een grote impact heeft op de kwaliteit van de dialogische uitwisseling in de maatschappij om ons heen. Zo binnen, zo buiten. Het is een oproep aan eenieder om je te bekwamen in het ambacht van jezelf overstijgen.

 

[1] Cope, S. (2000).Yoga and the quest for the true Self. Bantam Doubleday Dell Publishing Group Inc.

[2] Reich, W. (1933) Charakteranalyse. Technik und Grundlagen für studierende und praktizierende Analytiker. Maursche Buchdrückerei, Wenen.

[3] Decartes’ ‘Ik denk, dus ik ben’ centreert het denken in het zelf los van de ander. Hij gaat uit van een splitsing tussen ik en wereld, tussen subject en object, tussen geest en lichaam, tussen binnen en buiten.

[4] Plato in: Hermans, H. (2006) Dialoog en Misverstand, Leven met de toenemende bevolking van onze innerlijke ruimte. Soest: Nelissen, blz 61

[5] Michel Montaigne 1634:187

[6] Nederlandse vertaling: twee zielen wonen in mijn borst, helaas! de ene wil zich van de andere scheiden; de ene hangt in platte liefdeslust de wereld aan met klampende organen; de andere verheft met macht zich uit het stof, om zich naar hoger sfeer de weg te banen. Faust I, Vers 1112 1117

[7] James, W. (1920). Psychology: The briefer Course. New York: H. Holt & co

[8] Freud, S. (1933-1964).The Introductory Lectures. P. 205

[9] De Dwaas. Oorspronkelijk uit Gibran, K. (1918). The Madman: His parables and Poems. Heruitgegeven in: Gibran, K. (2007). The Collected Works. New York: Everyman’s Library

[10] Almaas, A.H. (2000). Integratie van de persoonlijkheid in het Zijn. Bloemendaal: Gottmer & Becht BV

[11] Gurdjieff, G.I. (1975).Views from the Real World, p. 75

[12] Zie http://www.janvandelden.org/index_jan.html

[13] Jan zijn leraar en sanskriet-geleerde Wolter Keers, die een leerling was van sri Krishna Menon, die een leerling was van sri Nisargadatta Maharaj, die weer een leerling was van Ramana Maharshi

[14] Delden, J. Van. (2013).Vele wegen, één thuis. Uitgeverij Samsara

[15] Wachter, D. de & Berg, G. van den. (2015). Borderline times. Uitgeverij Terra-Lannoo

[16] Hermans, H. (2006). Dialoog en Misverstand, Over de toenemende bevolking van onze innerlijke ruimte. Soest: Nelissen

[17] De psychologen Hal & Sidra Stone ‘ontdekten’ de Voice Dialogue methode voor het werken met sub-persoonlijkheden in het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Hal was daarvoor al jaren werkzaam als Jungiaans analyticus. In de jaren ’70 verdiepten hij en zijn vrouw (psychotherapeut vanuit psychoanalytische basis) zich meer en meer in holistische psycho-spirituele methodes & leefwijzen.